De Strandmarathon (door Allard)

Een paar maanden geleden kwam Maarten naar mij toe met het goede idee om als training voor de 60 van Texel een marathon te lopen. In eerste instantie dacht ik dat het een goed idee was, we moesten immers toch veel kilometers maken, totdat hij vertelde dat het de Scheveningen Zandvoort marathon betrof, 42.2km over het strand dus. En dat niet alleen, aangezien het de 10 editie is had de organisatie dit jaar bedacht om de route om te draaien, van Zandvoort naar Scheveningen.

Opzich niet zo schokkend zou je denken, dan lopen we tenminste in de richting van huis, ware het niet dat de wind meestal West/Zuidwest is. De hele week hielden we allebei de weersvoorspellingen goed in de gaten, maar het was al vroeg duidelijk dat het een flinke uitdaging zou worden.

Nou en dat werd het. Windkracht 6 was voorspeld, uiteindelijk trok de wind tijdens de race nog aan tot windkracht 7.

In de auto richting Zandvoort bleven we aan elkaar vragen waarom we dit ook alweer een goed idee vonden. Het begon toen ook nog eens heel hard te regenen, maar Maarten verzekerde mij dat de regen zou stoppen vlak voor de start. In de strandtent voor de start alleen maar blikken van lopers die precies hetzelfde dachten: “waarom heb ik mij hier voor opgegeven?”.

Maargoed we hadden nou eenmaal besloten om mee te doen en we waren nu in Zandvoort dus er werd gestart. En belangrijker nog, we moesten finishen. Gelukkig hadden we elkaar, dat heeft enorm veel gescheeld.

De eerste 5 kilometer was van Zandvoort naar Bloemendaal, windje mee dus. We vertrokken in een stevig tempo. De uiteindelijke winnaar liep gelijk hard bij ons weg, met daarachter nog twee lopers. Wij lieten ons niet gekmaken en trokken ons eigen plan. De eerste 5 kilometer ging heel erg makkelijk, wat wil je met windkracht 6 in je rug..

Na het keerpunt begon het, nu nog ‘maar’ 37 km tegen de wind in. We besloten om de beurt stukken van 2 km op kop te lopen, zo konden we de andere 2 kilometer enigszins achter de ander schuilen. De nummers 3 en 2 van de race werden door ons al snel opgeslokt, samen konden we een mooi treintje vormen. Dit gaf ons de gelegenheid om 6 km achter een ander te schuilen. De eerste loper moest echter al vrij vroeg lossen, dit betekende meer kopwerk voor ons. De andere loper had het ook zwaar, waar wij in onze beurten stevig doortrokken en netjes 2 km op kop liepen, liet de andere loper steeds het tempo zakken en gaf hij na een paar honderd meter al over. Wij wilden hem niet te snel kwijtraken, want alles wat je kon schuilen was meegenomen, maar het ging ons niet gebeuren dat hij straks een plek voor ons zou eindigen. Maarten zette op een gegeven moment een klein tandje erbij om de loper af te schudden. Hij kon eerst nog aan blijven haken, maar moest later toch opgeven. Nu was het aan ons tweeën, om de beurt 2 km op kop.

We werden inmiddels knettergek van het lawaai van de wind op onze oren. Het voelde alsof we mooi het tempo vast konden houden, in werkelijkheid liepen we toch steeds wat langzamer. Dan nog maar wat eten, een reep, een banaan of een gel. Normaal is dit tijdens het lopen al een opgave, de storm maakte het er niet makkelijker op.

Gelukkig hadden we elkaar en konden we om de beurt vloeken, schelden, elkaar oppeppen, maar ook elkaar erop wijzen dat het toch ook wel erg gaaf was wat we aan het doen waren. En het uitzicht was toch ook wel genieten. Links prachtige duinen en soms een stad in de verte, recht voor ons kilometers strand en rechts een kolkende zee. Kilometer voor kilometer ging zo voorbij. Rond km 36 kreeg Maarten wat last van kramp, we hielden bij de verzorgingspost even in om goed te kunnen eten en drinken. Mijn voeten deden pijn, die van Maarten ook. Na nog wat gevloek vertrokken we al snel weer vol goede moet richting huis, het was nu niet ver meer. Maargoed, wat is niet ver als je er al 36 op hebt zitten en de wind inmiddels is aangetrokken tot 7 Beaufort?

Met nog 3 kilometer te gaan nog wat laatste oppeppende woorden over en weer en daarna in één streep naar Scheveningen. De pier was inmiddels duidelijk te herkennen. Aan het eind nog een paar honderd meter door het mulle zand, maar met de finish in zicht maakte dat niet meer uit. Ik kon er nog net een “eindsprintje” uit persen, zodat we in stijl konden finishen, we waren tenslotte nummer 2 en 3 in de race. Onder luid applaus van de handjevol toeschouwers en paar trainingsmaatjes die kwamen kijken werden we als winnaars onthaald. En dan, eindelijk schuilen, eindelijk geen wind meer, wat voelt dat toch heerlijk!

Het was zwaar, het was toch wel een beetje idioot, maar wat was het mooi!